Skip to content

De hele NL2120-natuuropgave in 2030 opleggen sloopt 585.535 woningen en maakt de claimrealisatie van dat zichtjaar onleesbaar #641

Description

@jipclaassens

Waar het om gaat

In NbSGenuanceerd wordt de volledige NL2120-natuuropgave exogeen opgelegd in het eerste zichtjaar, 2030. Uit de eerste volledige doorrekening van 2030 blijkt wat dat betekent, en die getallen pleiten ervoor de opgave over de zichtjaren te spreiden.

De cijfers

Gemeten op de run van 2026-08-22, casus WLO_hoog_NbSGenuanceerd, zichtjaar 2030:

exogeen opgelegde nieuwe natuur 672.044 ha
waarvan op vruchtbare landbouwgrond 134.409 ha
woningen uit het basisjaar in de leeggemaakte cellen 585.535
uitkoopkosten van die woningen 303,1 miljard euro
sloopkosten van die woningen 3,6 miljard euro

De 672.044 ha is ruwweg een vijfde van Nederland. De 585.535 woningen zijn ongeveer 6,7 procent van de Nederlandse woningvoorraad, en de uitkoopkosten komen neer op 517.673 euro per woning, wat een plausibele verwervingswaarde is. De indicatoren zelf zijn dus consistent; het is de opgelegde omvang die het getal maakt.

Waarom dit niet als scenario te lezen is

Drie redenen, in volgorde van hardheid.

Uitvoerbaarheid. Een half miljoen woningen slopen tussen nu en 2030 is geen beleidsvariant. Ter vergelijking: de gehele Nederlandse nieuwbouwopgave voor dezelfde periode ligt in dezelfde orde. Het model zou dus in vijf jaar evenveel woningen moeten slopen als bouwen, alleen om ruimte te maken voor natuur die pas in 2120 af hoeft te zijn.

Doorwerking in de allocatie. De claim is een voorraaddoel per allocatieregio. Woningen die exogeen verdwijnen komen daardoor als restclaim terug en worden elders herbouwd. Dat is zichtbaar in de claimrealisatie: landelijk komt wonen uit op 1,0017, maar over de 76 NVM-regio's loopt het van 0,64 tot 1,51, met regio's die tekortkomen naast buurregio's die overschieten. Die spreiding is dus grotendeels een gevolg van de oplegging en niet van de allocatie zelf. Zolang de hele opgave in één zichtjaar valt, is de regionale claimrealisatie van 2030 niet te interpreteren.

Padafhankelijkheid. Alles wat in latere zichtjaren van de beginsituatie afhangt, vertrekt nu vanuit een toestand waarin een vijfde van het land al natuur is en 6,7 procent van de voorraad gesloopt. Dat maakt 2040 tot en met 2060 minder informatief dan ze zouden kunnen zijn, en het maakt het verschil tussen NbSGenuanceerd en de andere varianten moeilijker toe te schrijven.

Voorstel

De natuuropgave verdelen over de zichtjaren in plaats van in één keer opleggen. Welke verdeling inhoudelijk verdedigbaar is, is aan de opstellers van de opgave; vanuit het model is elke gefaseerde variant beter dan de huidige, omdat de sloop dan meebeweegt met wat in een periode realistisch is.

Als het om inhoudelijke redenen toch in één keer moet, dan zou ik voorstellen om in de rapportage expliciet te maken dat de claimrealisatie per regio in 2030 daardoor niet vergelijkbaar is met latere zichtjaren.

Herkomst van de getallen

Alle cijfers komen uit de indicatoren van deze run: nieuwenatuur_ha en nieuwenatuur_vruchtbaar_ha uit Grondgebruik/Verandering, en GesloopteWoningen_Per_NL, Uitkoopkosten en Sloopkosten uit UitkoopEnSloopkostenNieuweNatuur (#519, #520, #549). De claimrealisatie komt uit de gelijknamige indicator per NVM-regio. Zie #639 voor de bredere controle waar deze meting uit voortkomt.

Metadata

Metadata

Assignees

Labels

Type

No type

Projects

No projects

Milestone

No milestone

Relationships

None yet

Development

No branches or pull requests

Issue actions